Carnaval

Druppels vormen een plasje op de stenen. Ze weerkaatsen het twijfelende lentezonnetje. Als tranen sijpelen ze door het verrotte hout van het raampje in het souterrain. Verroeste spijlen weerhouden het plafond van neerstorten. In de duisternis baant een kolom licht zich naar binnen, door dwarrelende stof, de onbeschrijfelijke geur, door de wolk rondzoemende vliegen.

Daar.

Daar ligt de herinnering van een leven. Het bestaan gereduceerd tot rottend vlees en botten. De Dood noemde hem Bram, hij luisterde en werd verlost uit zijn kwellende situatie. Zijn geboeide ellepijp rust nog altijd aan de spijlen van het bed.

Carnaval

pseudoniem: Nathasia P.

Paul Harland Prijs 2013

Achter de maskers en make-up schuilt een geheim. Drie Disney-prinsesjes, Zelda en 'the Bride of Chucky'. Melissa begreep het plan niet helemaal en tomboy Sophie hoefde niemand iets uit te leggen. Haar 'Mario Brothers'-ringtone initieerde menig openingszin. Voor de verandering was ze eens niet stappen met een "I only date Nerds" t-shirt twee maten te strak, maar hetzelfde soort jongens en enkele meiden wisten haar alsnog te vinden.

Onbewust was de keuze snel gemaakt om Klein Venetië als hun uitvalsbasis te kiezen voor het carnaval dit jaar. Onschuld overgoten glazen wijn voor de prinsesjes, afgewisseld met liters bier, hier en daar een flügel of wat ze maar hebben, gaan over de bar, overvol in de handen, door de lucht terwijl de een na de ander zich terug naar hun vrienden worstelt. De blijde gezichten, schor mee-lallend met de krakers en klassiekers, kijken euforisch elkaar aan. Bekenden herkennen elkaar. 'Vreemden' is een snel vervliegend begrip.

Inge praat met een jongen. Beetje in een rustiger hoekje van de overvolle kroeg, weg van de stroom mensen die van buiten komen, onderweg naar het toilet en daarna op de terugweg de bar. Bij het volgende liedje komen de woorden niet meer over, dus danst ze verleidelijk met hem. Ze praat met haar lichaam. Assepoester moet dansen: het is nog lang geen middernacht!

"Dat is niet de prins die ze zoekt", zegt Anne terwijl Melissa haar hoofd draait.

"Nee, misschien niet, maar ik zou het wel weten! Oeh-la-la!" De grote ogen poppen uit haar volle gezicht en Melissa bijt op haar lip. De meiden giechelen totdat Leonie knikkend wijst naar Sophie. Ze zoent met een verpleegstertje.

Gejoel komt van een travestiet die zijn maat in de zij port. De matroos slaat zijn arm om hem heen en met de ander wijst hij naar het showtje voor hun ogen. In dat kleine moment wordt wederom bevestigd dat boeren en hufters hun 'mannelijkheid' moeten beschermen, ook al zijn ze volledig uit de kast gekomen voor carnaval.

Leonie kijkt boos: "Ik had wat meer respect van die homo verwacht. Hij is mijn oogcontact niet waard."

"Dat had je helemaal niet."

"Gaat hij ook niet krijgen — op naar het volgende lekkers! Wijntje?"

Anne knikt. Melissa vraagt om een biertje.

"Anne, zijn er eigenlijk nog wel leuke fatsoenlijke jongens?"

"Niet weer Melissa! Daar hebben we het al zo vaak over gehad. Hij komt vanzelf op je pad en anders laten we Sophie wel één voor je zoeken. Ze kan dat!"

"Ja, maar ik wil een prins die voor mij kiest."

"Dat willen we allemaal!"

"Voor mij alleen, zonder dat hij eerst voor Sophie gaat..."

"Die kans is klein. Het is bijna Valentijn — wie weet heb je wel een stille aanbidder."

"Zeker weer een anoniem chocolade-hart van een kilo en handboeien. Zoals vorig jaar, nog bedankt jullie!"

"Er is vast een dik schatje ergens, bij zijn mammie thuis, die al zijn moed verzamelt voor jou."

Leonie komt terug: "Kutjes, drink!"


Tegen etenstijd zwalken de meiden door de ringstraten, beetje uit het centrum van de stad, opzoek naar 't Kot. Stukje doorlopen, derde straat rechts. Met alle toeristen uit het westen en toegestroomde boeren in kiel uit de omgeving puilt de stad uit. Verhoogde prijzen en lange rijen tot gevolg. 't Kot is van het gebaande pad, iets rustiger. Onderweg komen ze nog een paar gasten van hun oude school tegen, eindelijk volwassen genoeg om lef bij hun praatjes te voegen. Sophie poeiert ze af, zoals gewoonlijk.

"Wie is aan de beurt?"

"Wij!", schreeuwt Melissa door de patatzaak die haar charme verloor toen deze werd overgenomen vijf jaar terug. Nu is het meer een shoarmatent geworden.

Sophie snauwt Melissa af; "Assepoester en Doornroosje willen samen op de waterfiets."

"Met extra curry!", voegt Anne toe.

"Sneeuwwitje neemt Melis naar de kapper."

"Flinke — Beurt!", kucht Leonie.

"Grote kapsalon dus. En voor mij broodje gezond."

"Is dat alles?"

Sophie knikt.

"En wat voor Disneyprinses zijn jullie twee?" De jongeman achter de toonbank wijst van Sophie naar Melissa, heen en weer.

"Zie je dat niet? Nooit Zelda gespeeld? Of met Link?" en Sophie spant haar denkbeeldige boog, vuurt de pijl af en overdrijft haar stem: "Ik ga de prinses redden!"

"Welke?"

"Ik ben die prinses!"

"Oh, redden van haar?"

"Nee!", reageert Melissa verontwaardigd. "Nou, misschien. 'The Bride of Chucky' — Barbie eat your heart out!", gevolgd door een monsterlijke blik.

"Ok. Dat is dan twaalf vijftig."

Sophie betaalt met geld uit de pot en schuift aan bij haar vriendinnen die zijn gaan zitten toen er een paar stoelen vrij kwamen.

"Inge, was het een leuke jongen?", vraagt Melissa.

"Pim? Mwa, viel mee. Was wel even leuk. Het is niet voor niets weer carnaval."

Anne tilt haar been een stukje op, waar Inge op zit en laat die vervolgens weer terug op de grond vallen: "Straks op naar de volgende, toch?"

"Ja." Inge droomt weg in haar glimlach: "En daarna dan weer Pim whatsappen — vragen of hij al slaapt."

De verwerpelijke blikken van Leonie en Melissa missen Inge.

"Zo werkt het wel, of gewoon direct de leukert zoenen", zegt Sophie.

"Wat wanneer we hem straks weer tegen komen?", vraagt Leonie.

"Dan gewoon weer verder flirten. Ik zal zijn vrienden wel aan jullie voorstellen."

"Niet zoals vorig jaar", zegt Melissa. De blijde gezichten slaan dood. Een oase van stilte ontwaakt tussen het rumoer in 't Kot.

"Melis! Daar zouden we het niet meer over hebben. Dat hadden we afgesproken!"

"Sorry."

Stilte op de lippen en met holle ogen kijken de meiden elkaar aan. De after-dinnerdip is veel te vroeg gekomen, maar dat mag je ook verwachten met zo'n laag bloedpercentage dat door de aderen stroomt.

"Zelda! Waterfiets, kapsalon, broodje gezond."

Anne en Sophie staan op en zwalkend brengen ze hun galgenmaal naar de tafel.


In Klein Venetië is de avond nog maar jong. De bass is harder gezet en de portier selectiever. De meiden laten hun polsbandjes zien en geven hun jas af bij de garderobe.

Politieagente, piloot, verpleegsters, militairen, matrozen. Een uniform is sexy. Bijen, bloempjes, indiaantjes, een verdwaalde banaan en een grote aap. Een piraat en zoals altijd monniken, nonnen en zelfs drie pausen, een kardinaal en enkele toespelingen naar kindermisbruik binnen de kerk. Gelukkig houd de potlootventer zijn lange jas dicht en de Schot zijn kilt laag. Inge, Anne en Leonie zijn de enige Disney-prinsesjes dit jaar, tot hoever ze het tot nu toe gezien hebben. De avond is nog maar jong. Zelfs Sinterklaas is terug uit Spanje gekomen met vier zwarte pieten.

"Ben je stout geweest?" krijgt Anne in haar oor geschreeuwd. Ze trekt haar wenkbrauw op.

"Ben jij stout geweest?"

"Altijd, maar niet met jou!", antwoord Sophie en ze loopt verder, achter Assepoester en Doornroosje aan.

"Jij verdient de roe!" en zo probeert de zwarte piet het bij Melissa.

"Huh? Roe? Wat?"

Hij pakt de bundel takken van zijn riem en zwiept deze hard op Melissa haar kont. Vertwijfelt blijft ze even staan. Zijn ogen werpen een blik op de hare, maar treft de hand van Melissa in het gezicht. Voordat hij het weet heeft Sinterklaas hem bij haar weg getrokken. Leonie duwt Melissa achter Sophie aan.

Verderop vinden ze wat ruimte op de dansvloer en Inge vind de bar.

"Er loopt genoeg leuks rond", zegt Leonie bij Sophie in het oor.

"Hulp nodig? Wie vind je leuk?"

Hun ogen gaan langs de gezichten. De onopvallende vleeskeuring categoriseert snel en elimineert de een na de andere. Bij een olifant blijven de ogen van Leonie plakken. Zijn grijze knuffelbare lederhozen tuinbroek plaatst de slurf op een suggestieve hoogte, maar haar interesse gaat uit naar zijn lach die het knappe koppie opvrolijkt, gedragen door een gespierde torso. Door de wijnglazen heen, de ideale man. Een dienblad en alleen een zwart strikje zou hem ook goed staan, thuis.

Sophie kijkt iets verder. Haar gedachten voegen een extra categorie toe: 'gehad'. Niet dat ze er werk van wil maken, maar het blijft prettig om te weten wie er allemaal om je heen staan. Niet iedereen hoef je weer te zien, of een kans geven je aan te spreken.

"Straks loopt er wel iemand voor mij langs, nu nog niet", zegt Sophie.

"Die olifant mag me straks wel komen opslurfen."

De dj gaat steeds populairdere dancemuziek draaien. "Kom!" Inge stoot haar stilstaande vriendinnen aan, haar handen in de lucht, heupen los en voeten van de vloer.

Met ieder liedje, ieder drankje, iedere nietszeggende gebeurtenis, ieder gek dansje en iedere aanwaaiende versierpoging, wordt het later.

"Wel blijven lachen, hé!", "Kwaak — Kikkers moet je zoenen", "Zie je er vaker zo uit?", maar Melissa wordt verrast door de oudste openingszin van ze allemaal: "Ken ik jou niet ergens van?"

Hij mist de ondeugende oogjes en de opdringerigheid in zijn stem.

"Ja, ik weet het alweer." Een traan ontsnapt zijn waterige ogen. "Vorig jaar, met carnaval, in Het Wapen."

Hij herkent de gezichten achter de maskers en make-up. Bij Inge en Sophie rusten de maskers op het voorhoofd. Leonie en Anne hebben beiden twee gezichten, zowel vooruit en achteruit kijkend, door hun haren heen. Melissa versteent.

"Ik ben Ivo. Mijn broer Bram trok toen paar dagen met jullie op. Ik weet het zeker — met jullie! Hij had wat met één van die blondines."

"Ze krijgen zo vaak aandacht — kan — is al zolang geleden. Bram zei je?"

"Ja. Na carnaval is hij spoorloos verdwenen. We missen hem."

"Dat is naar."

"Maar jij weet niets?"

Melissa schud haar hoofd. Haar droevige blik is het masker waarachter ze zichzelf kan herinneren wat was afgesproken.

"Vraag je vriendinnen straks maar. Ik moet even een luchtje gaan scheppen."

"Ok, doei, sterkte."

Ze ziet hem weglopen en neemt een grote slok uit haar glas.

"Sophie, problemen! Dat was de broer van Bram. Hij herkende ons. Wij weten niets!"


Het plan was duidelijk: ga zo onschuldig als een Disney-prinses. Het zwarte haar van Leonie leverde haar al de bijnaam 'Sneeuwwitje' op. Rode strik in het haar. De blauwe top op spanning gezet met rode linten, overlopend op een kort goudgeel fluwelen gordijn. Met daaronder een rode tutu, ingenaaid als hockeyrokje, zo kort. De hoge witte kousen zorgen voor nog beetje warmte. Als tussen-de-middag-juf, en na schooltijd, heeft ze veel tijd doorgebracht met de dwergen uit de peuterklassen.

De tweeling Inge en Anne waren altijd al moeilijk uit elkaar te houden. Kleine verschillen. Anne is wat voller, zowel qua boezem als haardos. Inge is net iets stijver in de omgang, laat vaker haar nek zien, haar opgestoken. Als Assepoester heeft ze als enige van de meiden een tasje bij haar. Een pompoen met mollige muisjes, met daarin de pot en het hoognodige zoals lipbalsem, kauwgom, tampons en condooms. Haar haar is opgestoken met een haarband met blauwe vogeltjes. De blauwe jurk heeft schoudervulling en de mouwen zijn vervangen door lange handschoenen.

Anne is in het roze, blote schouders, subtiel ingenaaid korsetje, pony opgespoten als kroontje en de rest van haar kapsel gedrapeerd als sluier. Om het af te maken een corsage van een rode roos. Ze was geboren bij zonsopkomst. Haar vader meent nog altijd dat het eerste toverstraaltje zonlicht op Anne roze was, maar Anne voelt zich gevangen in de verlangens van haar moeder [om] gezegend te worden met een kind. Na veel hulp van de artsen werd ze zwanger van een tweeling, om uiteindelijk te eindigen in het kraambed. In haar dromen ontmoet ze geregeld de ware liefde, die haar moeder voor haar dochters had. Inge wacht op de prins die haar komt verlossen van haar stiefmoeder.

Sophie hoefde niemand uit te leggen dat ze haar eigen draai gaf aan het plan. Ze heeft een tatoeage op haar rug. Een driehoek van drie kleinere driehoeken, omgeven door vleugels van zonnestralen. Als fan-girl was ze verknocht aan vele computerspellen, vooral hun verhaallijn, maar 'Zelda' was haar favoriet. Vandaar ook de tatoeage. Het logo als charmante en stijlvolle tribale. Ze is zo verknocht dat ze zich vaak verkleed en gaat naar fantasyfestivals, conferenties en andere cosplay-feestjes. In het dagelijks leven kleedt ze zich als lolita of anime-girl.

Het plan was moeilijker voor Melissa. Haar vriendinnen konden allemaal zonder moeite een prinses zijn, maar voor haar ligt het anders. Alleen al qua uiterlijk is ze een buitenbeentje. Haar ruwe persoonlijkheid helpt ook niet mee om elegant over te komen. Melissa is niet zoetlief. Melissa is niet slank op lange benen. Haar ronde volle gezicht met dito ogen maken haar neusje nog schattiger. Het nastreven van het schoonheidsideaal vergt moeite — plastic-fantastic — ingrijpen, modeleren, plamuren en wat te los is, strak trekken. Ze is geen Barbie, maar wel een pop, op haar eigen manier, een maatje groter.

Een prinses van Melissa maken is een grote[re] uitdaging. Het is niet dat ze het niet wil. Natuurlijk wil ze ooit trouwen, maar het helpt niet dat ze liefde heeft ervaren als een thriller of horrorfilm. De spanning wordt opgebouwd, vol verlangen, maar wanneer het dan zover komt, dan is het verschrikkelijk, een marteling, luguber, pijnlijk. Had ze maar een Disney-romantisch beeld. Dan was het leven makkelijker geweest.

Melissa is gewoon 'the Bride of Chucky'. Spierwit geblondeerd haar met centimeters uitgroei dat haar gitzwarte haar bloot legt. Zwarte mascara, zwarte lippenstift en een zwart leren jasje. En toch maakt het korset van de tweedehands afgedankte trouwjurk haar tot een prinses.

Het plan draait om onschuld. Een algeheel front van ontkenning. Verstoppen wie ze eigenlijk zijn, wat ze hebben gedaan, verstoppen achter een masker, achter een verhaal van onschuld, en carnaval is daar de uitgelezen gelegenheid voor.

Het plan was er om een reden en het plan had met Bram en het carnaval van vorig jaar te maken. Het plan was meer een verhaal geworden, niet iets wat ze zelf meegemaakt hadden of zelfs veroorzaakt. Er was eens, er was eens een grote leugen die de prinsesjes zichzelf voorhielden. Onschuld, ontkenning, en een prins die ze moet komen redden, ware liefde. Maar Bram was niet meer, dat wisten ze ook. Hun sprookje was een nachtmerrie geworden.


Ieder avontuur begint met Sophie. Ze was de eerste die met een jongen zoende. Ze was de eerste die een jongen veroverde en weer dumpte. Na Sophie volgde Leonie. Anne en Inge waren beschermender opgevoed en meer timide. Melissa hobbelde er ongemakkelijk achteraan, terwijl ze verafschuwd al veel te jong wist wat het was.

Sophie was niet de eerste die serieus in haar relaties wou worden. Dat is ze na afgelopen jaren nog altijd niet. Jongens hielden daar vaak genoeg andere ideeën aan over. Haar vriendinnen hadden geen bezwaar. Het ijs was al gebroken en dan hoefden ze alleen nog de breekbare verliefdheden ombouwen tot hun eigen vlam. Jongens bleven Sophie aanspreken.

"Hey Jasmijn! Ben je al dronken of doe je altijd zo?"

"De geest zit nog in de fles."

"Hoeveel wensen krijg ik?"

Leonie steekt drie vingers op.

"Bram –", hij wijst naar zijn hart, "– schoonheid, hoe heet jij?"

Sophie antwoordt. Ze hebben een gesprek, zoals je die kan hebben in de menigte en tussen het rumoer door van carnaval.

"Wie vind je leuk?" Sophie ziet Bram zich al vergapen. "Ik tel niet mee, natuurlijk!"

"Ah, jammer, maar ik had er al wel één op het oog, al voordat ik jou aansprak."

"Wie dan?"

Bram leunt extra in en zegt in Sophie haar oor: "Die blonde. Het lieveheersbeestje."

"Inge? Wat spreekt je aan haar aan?"

"Heet ze zo? Ja, gewoon! Lieve lach. Ze is mooi en ik val op blond."

"Dus daarom vroeg je wat mijn eigen haarkleur was. Ik heb je wel door."

"Je moet ook niet altijd direct op je doel aflopen. Verlegen meisjes schrik je daarmee af. Daarom hebben ze vriendinnen zoals jij." Bram knipoogt.

"Zo verlegen is ze helemaal niet, zeker niet wanneer je haar beetje leert kennen."

"Kijk er nu al naar uit."

Sophie wenkt Inge en ze komt: "Ken je deze leuke jongen al?"

"Oh, is hij leuk?", antwoord Inge terwijl ze aandachtig Bram keurt. "Nog niet. Daar moet natuurlijk verandering in komen."

"Inge — Bram. Bram — Inge."

Bram zegt 'aangenaam' terwijl hij de hand van Inge pakt om deze te kussen.

"Nog een romanticus ook! Bram, dat had je me niet verteld. Ik laat jullie wel even alleen. Tijd voor een nieuw rondje. Biertje?"

Bram knikt en vanaf dat moment heeft hij zijn ogen niet meer van Inge afgehouden. Evenals zijn hand, rustend op haar onderrug. De rest van die avond en de volgende dag viert hij carnaval met haar. Sophie en Melissa zijn het derde wiel.


"Heb je Bram gezien?", vraagt Inge aan Sophie.

"Nee."

"Echt niet?"

"Hoezo? Hij was toch onafscheidelijk van jou?"

"Dacht ik ook, maar ik moest even naar het toilet. Stond een ellelange rij."

"Er zijn er wel vier!"

"Nee, nog maar één. Twee verstopt en die laatste zit op slot met afgebroken handvat."

"Inge, daar ben je. Bram is naar je opzoek", zegt Melissa die er bij is komen staan; "hij vond het ontiegelijk lang duren en mist je."

"Wanneer was dat?"

"Kwartiertje geleden denk ik. Hij zei dat je al weg was vanaf half vijf."

Inge kijkt op het klokje van haar mobiel.

"Jezus! Er stond dus echt een rij van meer dan een uur!"

"Welke kant ging hij op?", vraagt Sophie.

"De straat in. Hij had gehoord dat de damestoiletten verstopt zaten."

"Ik bel hem wel". Inge krijgt geen verbinding. Het netwerk is overbelast. "Dan maar een smsje en hopen dat hij snel terug komt."

"Wat schattig. Ben je verliefd?"

De wangen van Inge krijgen nog iets meer kleur dan normaal. Ze knikt voorzichtig.

"Jullie passen ook wel goed bij elkaar", zegt Sophie.

"Het klikt echt goed. Hij zoent ook lekker."

"Wanneer jullie hier blijven, dan ga ik wel even voor je zoeken."

"Dat is lief van je, Melissa".

"Ik ben ook mijn flirt kwijt geraakt."

Inge haar mond valt open, Sophie lacht.

"Ja echt! Dus ga lego-stenen zoeken en vind dan vast jouw Bram."

"Ja! Hij moet echt mijn Bram gaan worden."


Inge haar ogen hebben moeite met open blijven. Een eerste slok bocht van de dag vertekent de gezichten van haar vriendinnen, van zuur tot mislukte pogingen te kokhalzen. De kater van Melissa waardeert de luide muziek ook nog altijd niet. Elf over elf. Maandag morgen. De optocht komt op gang. Tussen de blije kinderen en hun ouders zijn er meer dan vijf gezichten die amper over de dranghekken heen komen. Prinsesjes zijn ze na twee hele dagen feesten niet meer.

De ene praalwagen wordt opgevolgd door de andere, met een loopgroep of dansmariekes tussendoor, afgewisseld met dweilende blazers en dan weer drumband of kleine fanfare. Met de benenwagen, of de tractor of vrachtwagen met oplegger. De ene wagen mag zich ook trots het woord 'praal' in de mond nemen, de ander noemt zich wijselijk 'boerenwagen'. Blije gezichten, sociaal commentaar, politieke aanfluitingen en lokale belachelijkheden volgen elkaar op. Allen, behalve één.

De Laotse Skutterie heeft zich ingeschreven met een lijkwagen, met twee zwarte vlaggetjes en gedrapeerde gordijnen. Ze vallen uit de toon, evenals hun muziek. Achter de auto trekken ze een kist voort. De deksel komt af en toe ietsjes omhoog, rokerige mist ontsnapt met zwarte en witte confetti-slierten. Op de deksel staat geen kruis maar een vraagteken.

"'Waar is Bram?'" Leonie stopt prompt met ademhalen. "Het kenteken."

Om de wagen lopen jongemannen, zwart in het pak, hoge hoed en met flyers. Ze delen ze uit aan het publiek, zo ook aan de vijf vriendinnen. Inge staat verstijft met een ansichtkaart in haar handen. 'Vermist sinds vorig carnaval' gevolgd door contact-informatie en ook dat van de politie. Op de andere kant staat een foto van de jongen die ze toen nog gezoend had. Ze herinnert het als de dag van gisteren.

"Ik kan dit niet!"

"Je moet, nog even... ze moeten eerst uit zicht zijn.", zegt Sophie.

De optocht maakt geen vaart, ze stokt en stoot door de straten. De deksel van de kist komt omhoog, hoger dan daarvoor, als een klep komt ze rechtop te staan. Het rode fluweel is leeg, maar Bram ontbreekt niet. Levensgroot rust een foto onder de deksel.

Inge doet haar hand voor de mond. Met een lijkbleek gezicht trekt ze weg. Ook haar tweelingzus kokhalst. De misselijkheid is aanstekelijk. De maaginhoud komt omhoog.

"Mama! Iehl!", roept een meisje van ongeveer vijf, "ben vies" en begint te huilen.

Leonie is als eerste bij het muurtje om de voortuin van het huis achter hun. Ook zij hangt er overheen. Alleen de maag van Sophie is sterk genoeg.


De rode met zwarte stippen vleugels fladderen terwijl Inge rent. Ze zag zonet Bram. Ze vond hem. Ze vond hem zoals ze hem niet wou vinden.

"Inge, stop! Zo snel ben ik niet.", schreeuwt Melissa Inge achterna. "Ik moest het je vertellen." Ze snakt naar adem, met de handen op de knieën. Rennen lukt haar niet meer. "Je bent mijn vriendin. Stop!"

Ook Inge kan het niet lang meer volhouden. De adrenaline gutst door haar aderen. Tegen de balustrade van de brug gaat ze zitten, hijgend. Melissa loopt naar haar toe en gaat er naast zitten.

"Hoe kon hij! De eikel!"

"Dat weet ik niet. Dat is carnaval. Zo zijn jongens."

"Alleen maar omdat ik een uurtje weg was door die kloten wc?"

"Weet niet. Dat weet hij."

"En dan pakt hij gewoon de eerste en beste blondine. Eikel."

"Heb je wel gezien met wie hij zoende?"

"Een blonde hoer. Nee, verder hoef ik het ook niet te weten."

"Echt niet?"

, vraagt Melissa.

"Waarom moest ik dat zien? Waarom had je hem niet naar ons toe gesleurd toen je hem vond."

"Ik bemoei me niet graag met iemands liefdesleven, vooral wanneer ik iemand amper ken. Jij was zo gek op hem. Anders had je me toch niet geloofd."

"Klopt. Nu wil ik het niet geloven."

"Maar heb je echt niet herkend met wie hij zoende?"

"Nee, dat zei ik toch!" Inge kwam eindelijk beetje tot rust, maar is nu al weer geïrriteerd.

"Toen jij schreeuwend wegrende, toen keek ze om."

"Wat doet dat er toe?", zegt Inge boos.

"Nou." Melissa twijfelt of ze het wel moet zeggen. "Ja, het doet er toe."

"Vertel!"

"Anne."

Melissa en Inge staan op en lopen terug het feestgebruis in.

"Ben ik zo dronken? Ik zie dubbel", mompelt Bram. Anne kijkt om.

"Anne, jij had huisarrest. Wat doe je hier?", zegt Inge.

"Waarom behandelt iedereen mij nog altijd als een kind!"

"Je weet zelf heel goed wat je gedaan hebt."

"Anne? Ik dacht dat jij Inge was."

"Tweelingzusjes, sukkel!", reageert Melissa.


In de dagen daarna, de dagen na carnaval kijkt de vriendinnengroep Disney-films. De klassiekers in de originele taal. Rustig bijkomen van te veel drank. Alle verhalen keer op keer vertellen, alle die ze nog herinneren. Genieten van de vrije dagen voordat ze weer naar school moeten. Genieten van een vakantie waar ze al sinds de jaarwisseling naar uitkeken. Voordat ze hun eindexamen moeten voorbereiden, maar vooral hun ruzie om Bram bijleggen.

"Why do they still treat me like a child. — They never want me to meet anyone.", zegt Doornroosje.

"Zo voel ik me ook", zegt Anne.

"But do you know something, I fooled them. I have met someone. Oh, a prince."

"Oeps!"

"Well, he is tall and handsome. And so romantic. O, we walk together, and talk together. And just before we say goodbye, he takes me in his arms... and then, I wake up. Yes, it is all in my dreams. They say: when you dream it more than once, it should come true. And I've seen him so many times."

"Misschien moet je wat meer gaan dromen, zusje." Inge pauzeert de dvd. "We kijken zo verder." Ze doet er een andere dvd in en spoelt die een beetje naar voren. "Jij bent soms zo'n irritant blauw vogeltje!"

Anne lacht. De rest volgt.

"Well, it served you right; spoiling peoples best dreams. Yes, I know it is a lovely morning, but it was a lovely dream too. What kind of a dream? Can't tell. Cause if you tell a wish, it won't come true. And after all... a dream is a wish — your heart makes", is Assepoester gaan zingen.

"Disney is zo romantisch. Dromen. Wensen. Liefde. Sorry, dat ik je droomprins je ontnomen had", zegt Anne.

Assepoester klaagt over de klok. Zelfs die baast iedereen in de rondte. "They can't make me stop dreaming."

"Touché. Disney heeft gelijk", zegt Inge.

"Heeft Disney echt gelijk?", vraagt Leonie. "Dus onschuldige meisjes moeten opgesloten worden in torens, of een hutje ergens veraf?"

Sophie antwoordt: "Denk het wel, want anders kunnen ze ook niet ontsnappen, de wereld in gaan en door hun prins worden gevonden."

"Wanneer het om liefde gaat dan maakt het niet uit. Dan moet je vasthouden aan wat je hebt, het niet laten ontsnappen."

"In het echt is er ook geen goede fee", zegt Melissa.

"Ik had hem ook niet zo lang alleen moeten laten. Had hem gewoon mee de rij voor toilet in moeten nemen."

"Nee, Inge. Het is niet jouw schuld." Anne slaat haar armen om haar zus heen. "Ik had Bram moeten vertellen dat hij het verkeerde lieveheersbeestje had. Maar ik wist het toen ook niet."

"Je had braaf je huisarrest kunnen uitzitten, maar het is niet jouw schuld."

"Heb je hem al gebeld? Het bijgelegd?"

"Hij neemt de telefoon niet op."

"Dan — dan moet ik jullie iets vertellen", zegt Leonie. "Sneeuwwitje zegt dat in al haar onschuld misschien nog wel het best."

De dvd wordt weer gewisseld.

"ta-da-da-la-la", zingt Sneeuwwitje. "Wanna know a secret? Promise not to tell. We are standing by a wishing well. Make a wish into the well, that’s all you have to do. And if you hear it echoing. Your wish will soon come true. I'm wishing – for the one I love – to find me – today. I'm hoping – and I'm dreaming of – the nice things – you say."

"Leonie! Wat heb jij gedaan?", vraagt Sophie.

"Ik heb geholpen, hoor", voegt Melissa toe.

"Kan je nog herinneren toen je zei dat wanneer je jouw droomprins vond, dat je hem moest vasthouden en nooit meer moet laten gaan?"

"Maar wat heb jij dan met mijn droomprins te doen?"

"Of de mijne? Gezien hij mij ook betoverde..."

"Nou. Nadat jullie ruziënd weg gingen bleven wij met hem achter." Leonie wijst naar zichzelf en Melissa. "Hij wou alles weten. Vooral ook hoe hij het goed kon maken."

"We hadden hem uitgenodigd om een film te komen kijken."

"Zodat het juiste lieveheersbeestje met hem op date kon."

"Maar jullie bleven maar vechten en ruzie maken."

"We hebben het nog wel geprobeerd. Gisteren waren jullie nog niet in de stemming en we durfden het niet te vragen."

"En nu?", vraagt Inge.

"Nu? Hij wacht nog op jullie, of een van jullie."

"Sinds gisteravond?"

"Ja, sinds gistermiddag al."


De sporen in de sneeuw slingeren over het fietspad. Inge zit bij Anne achterop. Sophie fietst ernaast en ze volgen de meiden met goede bedoelingen. Het fietspad loopt tot aan het oude industrieterrein en de haven. Ze weten waar ze naar toe gaan. Ze zijn daar al zo vaak geweest de afgelopen maanden. In een oude fabriekshal worden er ondergrondse feestjes georganiseerd. Techno-raves en modeshows. Vooral druk bezocht door de studenten van de kunstacademie, die de gekraakte ruimtes gebruiken voor hun projecten. De nieuwjaarsbash werd opgedoekt door de politie. Sindsdien is het daar weer uitgestorven. Een paar voetsporen verdwijnen door een gat in het hek. De meiden volgen het spoor.

"Gelukkig is het een groot pand. We moeten nog een heel doolhof door", zegt Melissa.

"Hopelijk gaat het binnenkort weer dooien. De sneeuw is niet handig."

"Zeker niet, Leonie. Wacht Bram hier op ons?"

"Als het goed is wel. We hebben een heel goed argument." Leonie laat een sleutel zien. "Kom. Hier met de ladder naar beneden."

In de kelder lopen ze door een lange gang met iedere zoveel meter een zware deur, gemarkeerd met een nummer.

-1.2.012.

Leonie steekt de sleutel voorzichtig in het slot. Met een kling komt de deur in beweging. Haar hand betast de muur en voelt de schakelaar. In de kamer staat een tafel met een stoel en een kooi. Ruimweg drie meter bij drie meter en twee meter hoog. Er hangen kettingen in. Een bed en een kruk.

Op het bed ligt een jongeman. Een jutten zak over zijn hoofd.

Inge en Anne hebben amper een stap in de ruimte gezet. De andere drie lopen rond alsof ze thuis zijn. Leonie en Melissa pakken hem vast.

Hij schrikt.

Sophie doet de zak van zijn hoofd, de koptelefoon van zijn oren, de blinddoek af en de ball-gag uit.

"Bram?", fluistert Anne.

"Wat hebben jullie gedaan! Jullie zijn gestoord!"

"Rustig Inge. Rustig."

"Hehe", zegt Bram, "daar zijn jullie eindelijk. Ik wil naar huis!"

"Maar onnozel prinsje, je kwam hier om een film te gaan kijken met het lieveheersbeestje. Ze is er nu."

"Well. It is my dream-prince. Your Highness. You know I'm really not supposed to speak with strangers, but we have met before." Anne gniffelt: "Once upon a dream."

"Jongens zijn niet zo gek op Disney-films, of chick-flicks. Daarom hebben we iets anders voor jullie meegenomen."

"Dit is geen film. Jullie hebben me ontvoerd!"

"Stil! Anders doen we geen romantische komedie in de speler, maar de camerabeelden van vannacht. De horror."

"Jullie lieten me gisteren al een chick-flick zien, toen in wachtte. Het gekissebis. Er is niets enger dan meisjes, die denken volwassen te zijn, gillend door de winkelstraat zien rennen. Maar dit is erger! Jullie zijn gestoord!"

"Carnaval is voorbij. Nu komt de vastenperiode."

"Vastgebonden. Veertig dagen."

"Bewijs ons maar dat je van je lieveheersbeestje houd. Ware liefde."

"Je mag kiezen: welke van de twee?"

Inge heeft nog altijd geen enkele beweging gemaakt.


De mis van de zondag is anders dan alle anderen. Een heiliging van het zottenfeest. De werkelijke verzotting van de heilige liturgie. De Bijbellezingen en gebeden zijn in plaatselijk dialect. Het sacrale wordt zo vermengd met het ritme van het dagelijkse. Een conferentie waar de dansmariekes voorop gaan, in polonaise naar het altaar. De Raad van Elf doet de collecte.

Om de gelovigen toch nog bij te staan bij de zware tijd die ze voor de boeg hebben, sluit de pastoor het carnaval af met een extra mis. Aan het begin van de dinsdagnacht. Een preek. Een bemoediging voor de volgingen die de verleidingen van het vlees willen doorstaan. Veertig dagen, tot Pasen.

De Laotste Vastelaovandmis wordt altijd minder bezocht dan de zondag. Twee verschillende groepen mensen vinden de kerkbanken om elf over elf 's avonds. In het laatste uur van carnaval. De vasthoudende gelovigen en de vasthoudende drinkers. Na deze preek schenken de kroegen geen alcohol meer. Voor de prinsesjes is de laatste ronde het moment om tot bezinning te komen en vieren dat ze het einde gehaald hebben.

De preek van de pastoor is simpel. Hij blikt vooruit op Pasen — dat Jezus onze zonden op zich nam aan het kruis.

"Maar aan dat kruis verdwijnen niet al onze zonden. Vergeving werkt zo niet. Wij zijn ook verantwoordelijk voor ons eigen leven. Jezus zwierf veertig dagen door de woestijn. Die periode ging Hij zelf door om met zichzelf in het reine te komen, voordat Hij het Woord van God aan de wereld kon gaan verkondigen. Veertig dagen zonder de luxes van het normale leven. Veertig dagen door de woestijn. En denk niet dat deze periode zonder verleiding was. Oh, nee. De duivel probeerde hem tot driemaal toe te verleiden. Kleine dingen. In te spelen op zijn ego, of op zijn macht, of zijn zelfbeslotenheid. Ook jullie zullen komende veertig dagen beproefd worden. Met dat wat jullie hebben verkozen om te laten."

"Veertig dagen geen seks", fluistert Sophie.

"Dat gaat zwaar worden voor je. Ik doe mee."

Na Melissa stemmen de anderen ook in.

"Op geen enkele manier. Niet zoenen, geen zelfbevrediging, geen bondage, geen geflirt en geen gezwijmel."

"Geen verleidingen."

"Dit wordt een vroom jaar."

"Moge onze zonden worden vergeven."

De pastoor nodigt de gelovigen uit voor deelname aan het avondmaal. De vriendinnen sluiten aan bij de enige polonaise die niet host.


"En weet je al van wie je houd?"

Leonie zet het bord met eten op het tafeltje. Vandaag is het haar beurt om Bram te verzorgen.

"Geen van jullie. Had dit tijdens carnaval gevraagd, dan zou ik een antwoord hebben gehad. Dan had ik kunnen vertellen voor wie ik gevoelens heb."

"Dus wie? Inge of Anne?"

"Inge."

"Maar je kunt ze nog geen eens uitelkaar houden!"

Leonie haar hand glijdt over de arm naar de pols van Bram.

"In mijn ervaring heb ik er ook maar één leren kennen. Haar naam was Inge. Dan blijken het er opeens twee te zijn!"

"Dus wanneer Anne nu binnen loopt en zegt dat ze Inge is, dan geloof je haar?"

"Nee! Ik geloof niemand meer."

Leonie kijkt hem aan zoals zij dat alleen kan. "Mij toch wel?"

"Ja, beetje."

Ze gaat bij hem op schoot zitten, streelt door zijn haar en geeft een zoentje op zijn voorhoofd. Het slot van de handboeien springt los. Zijn lippen zoeken toenadering.

"Foei!" Met vlakke hand slaat ze Bram in het gezicht en pakt hem bij de kin vast. "Dat mag niet." Haar groene ogen lichten op.

Bram hapt naar haar duim. Haar lippen omhelzen zijn lippen. Hij geeft direct appèl. Met haar andere hand grijpt ze hem in het kruis.

"Wat doe je!", schreeuwt Anne die net door de deur stapte. Leonie springt op, sprakeloos. In Anne haar rechterhand spat de bodem van het bierflesje af op de tafel. Bram kruipt ineen. De linkerhand slaat Leonie tegen de vlakte. De rechter blijft steken in de krakende borstkas van Bram.

De flessenhals vult zich met bloed. Als tranen sijpelen over de lakens van het bed. Ze weerkaatsen de verbijsterde duisternis. Tussen de stenen baant de stroom zich naar de bevroren voeten van Anne.

Ze staat daar. Stil. Verankert.

Bram zijn schreeuw ebt weg in gegorgel. Leonie kruipt weg. Ze zwijgt totdat haar hartslag de grond doet laten beven, dan rent ze weg.

"Leonie! Wacht!" Woorden ontschieten als gekraak in het ijs. "Help me! Wat heb ik gedaan?"

Het plan ontspruit. De tijd verstrijkt als een nachtmerrie. Ontkenning van de droom waar niemand nog van wakker is geworden. De duisternis in de ziel groeit, tot het moment je het als onkruid wiedt, of wacht tot het zichzelf oogst.


Het gezicht van Bram ligt in haar hand. Anne schrijft het adres over op een andere ansichtkaart. Haar pen rolt verder: "Het spijt me wat ik heb gedaan. Mijn verleidingen, mijn daden. Het begon met Bram. Vergeef het me." Geen naam.

De brievenbus is paar uur daarvoor nog geleegd. Ze stapt op de fiets om te gaan naar de plek waar ze schreef dat Bram het leven liet.

In de fabriekshal spant een loopbrug over de lengte, vlak onder het dak. Ze heeft hier vaak gezeten. Twee kettingen zijn bevestigd aan de balustrade. Voor haar overlappen ze elkaar. Aan beide uiteinden slaat ze handboeien vast. Haar polsen in het andere oog.

Ze kan niet meer terug. Ze klimt over de balustrade. Springt.

Als de Verlosser wacht ze in alle pijn op het moment dat alle zonden worden vergeven in het weerzien van de dood.